Kook de sushirijst volgens het recept op de verpakking. Maak een marinade van de rijstazijn, zout, suiker en sesamolie. Meng deze door de rijst en stort hem uit in een ovenschaal bedekt met bakpapier of vershoudfolie. Druk de rijst goed aan en zet hem in de vriezer voor een uur.
Meng intussen de garnalen met sriracha, mayonaise en citroensap. Zet deze in de koelkast.
Hak de bieslook fijn en snijd de komkommer in flinterdunne plakjes.
Als de rijst goed is afgekoeld, snijd je hem in blokjes of rechthoekjes. Maak je mes nat met water of rijstazijn zodat de rijst niet blijft plakken. Verhit olie in een pan en bak de rijst rondom tot ze mooi goudbruin zijn. Zorg ervoor dat je olie goed heet is en dat je voldoende olie in de pan hebt. Laat ze uitlekken op een keukenpapiertje.
Leg bovenop elk blokje een paar plakjes komkommer, doe er een dot garnalen bovenop en maak af met de bieslook. Serveer met sojasaus.